woensdag 12 juli 2017

Mijn derde ...































De Olympus E-1 werd in 2009 ingeruild voor mijn derde digitale camera, weer een spiegelreflex: een Nikon D300 met een lichtsterke 75 mm lens (FFeq.). De Nikon beschikte over maar liefst 12 megapixels en dat bood de gelegenheid om mijn sportfoto's te "croppen", zodat een brandpuntsafstand voldoende was voor foto's van zaalhandbal. De Nikon had ook minder last van ruis dan de Olympus; de grens voor bruikbare foto's werd nu met 2/3 stop verhoogd naar 640 ISO.
De autofocus van de D300 bood voor mij ongekende mogelijkheden; daarover in een latere post meer. Daarnaast bleek het automatisch scherpstellen met de Nikon E-1 veel sneller te gaan dan met de E-1 en waar autofocus van de Olympus nogal eens last had van "hunten" (vooral bij het macro-objectief), was dit verschijnsel bij de Nikon totaal afwezig.
Gaandeweg groeide het assortiment lenzen; er kwam een 105-450 (FFeq.), daarna een 36-180 (FFeq.) en tot slot een macro-objectief.
Het grote lcd-scherm was een verademing. Nu kon je tenminste met een grote mate van zekerheid beoordelen of een opname scherp was.
Over de bediening van de Nikon D300 heb ik niets dan goeds te melden en ook de beeldkwaliteit liet niets te wensen over. Toch moest er op termijn weer een andere camera komen en wel een lichtere want mijn polsen konden het hoge gewicht van de Nikon niet meer aan.






































Geen opmerkingen:

Een reactie posten